Taal:
  Valuta:






Details publicaties

Kosteneffectiviteit Keuze van Redactie
Toegevoegd: 02/10/2008, Hits: 1.738, Beoordeling: 0, Recensies: 0, Stemmen: 0
Kosteneffectiviteit
Uit: Masterclass 13 2008

Kosteneffectiviteit en moeilijk genezende wonden


Met de komst van DBC's zijn zorgverleners meer na gaan denken over kosten en kwaliteit, betoogde Peter Quatert van het Ziekenhuis Zeeuws-Vlaanderen. Hij werkt er niet alleen als verpleegkundig specialist decubitus- en wondzorg, maar ook als stafmedewerker bij de Economisch Administratieve Dienst, waar hij de kostprijs van materiaal en apparatuur én van DBC's berekent.

Onderzoeken kosten zorg
geldUit onderzoek van Severins et al. in 2002 blijkt dat zo'n 1 procent opgaat aan decubitus­ wondzorg, wat neerkomt op een bedrag van tussen de 0,3 en 1,9 miljard euro. Onderzoekers Slobbe et al. berekenden in
2003 hiervoor een bedrag van 90,3 miljoen euro. Volgens het RIVM werd in 2003 daarvan 60 procent besteed in ziekenhuizen en 20,5 procent binnen de verpleging, verzorging en de thuiszorg. Baan et al. berekenden in 2005 dat 65 procent van de kosten opgaat aan de behandeling van diabetes en 35 procent aan de complicaties van diabetes, zoals de diabetesvoet. Diabetesvoeten, zo berekenden Slobbe et al. in 2006, kosten 735 miljoen euro, 1,3 procent van de totale kosten van de gezondheidszorg. Het grootste deel daarvan, 45 procent, wordt besteed aan hulpmiddelen, zoals orthopedische schoenen.
Augustin et al. onderzochten in 2007 in Duitsland hoeveel ulcus cruris jaarlijks per patiënt kost. De 218 onderzochte patiënten, waarvan 62 procent vrouw en 38 procent man, hadden gemiddeld 7 jaar een wond. De kosten van de behandeling hiervan bedroegen gemiddeld 1450 euro per persoon per jaar. Uit onderzoek van het RIVM in 2006 blijkt dat jaarlijks 36 miljoen euro wordt besteed aan automutilatie. Dit zijn met name kosten voor de spoedeisende hulp en ziekenhuisopname.

Chronische wond
Elke chronische wond heeft een oorzaak. Eerder werd die nauwelijks onderzocht, wat leidde tot een dure, continue gang naar het ziekenhuis door de patiënt. Tegenwoordig beseft men dat je een chronische wond alleen kunt behandelen als de oorzaak bekend is. Door de technische vooruitgang is een snelle diagnostiek en behandeling mogelijk geworden. Bij een vernauwing van de liesslagader moest vroeger de buik en de lies open voor een prothese, wat een opname betekende van zes weken. Tegenwoordig krijgt de patiënt via een kleine PEG een stent ingebracht en verblijft hij hooguit een etmaal in het ziekenhuis. De snellere diagnostiek en behandeling hebben kostenbesparingen opgeleverd. De tendens is dan ook om chronische wonden acuut te gaan behandelen. Zo buigen (plastisch) chirurgen zich steeds vaker over combinatie­ulcera met als resultaat dat deze wonden sneller sluiten. 85 Procent van de wonden geneest spontaan na het weghalen van de oorzaak.

Nog te veel wondverpleegkundigen houden zich bezig met wonden, waar ook gewone verpleegkundigen een verband op kunnen leggen. Zo starten zij poli's, bijvoorbeeld bij de afdeling dermatologie, waar zij een middag verbandwisselingen uitvoeren. Maar wondver­pleegkundigen zijn juist nodig voor moeilijk genezende wonden, waar extra aandacht voor nodig is. Zij zijn bij uitstek degenen die bijvoorbeeld de patiënt met een hematoon de keus kunnen voorleggen tussen een verband­ therapie van drie tot zes maanden of een vacuümtherapie waarmee de wond in zes tot tien weken dicht zal zijn. De patiënt heeft niet alleen recht op deze keuze, een dergelijke manier van werken is ook kosteneffectief DBC's

Niemand zat op DBC's te wachten, toen deze vier jaar geleden werden ingevoerd. Vroeger kregen ziekenhuizen een budget op grond van onder meer het aantal opnamen polikliniekbezoeken en verpleegdagen. Het principe achter DBC's is dat ziekenhuizen als een winkel werken en een prijs bepalen voor hun zorgproducten, zoals de behandeling van liesbreuken en heupoperaties. Na de prijsbepaling wordt er over de precieze vergoeding onderhandeld met de zorgverze­ keraars. Hierdoor ontstaat concurrentie tussen zorginstellingen. Sommigen zijn bang dat de zorgverzekeraars zo de baas worden, maar de patiënten zullen waarschijnlijk altijd de baas blijven. Zij kiezen immers de zorgverzekeraar die het ziekenhuis van hun keuze vergoedt. Met DBC's ontstaat een transparante financiering en inzicht in de behandeltrajecten en de kosten. Ook dwingen DBC's tot een verbetering van de bedrijfsvoe­ ring; sinds de komst ervan zijn de kosten van de ziekenhuiszorg niet gestegen, als gevolg van efficiëntere werkwijzen. Ziekenhuizen hebben grote besparingen gerealiseerd door DBC's. De winnaar daarvan is de patiënt, want behalve op kosten wordt ook beter gelet op de kwaliteit. Over ketenzorg­DBC's wordt nog nagedacht. Daarin worden bijvoorbeeld de kosten van een vacuümpomp, die vanuit een ziekenhuis meeverhuizen naar de thuiszorg, opgenomen. Voor de wondzorg hoeven nu nog geen DBC's te worden opgesteld, maar wel binnen afzienbare tijd. Een DBC van bijvoorbeeld een sinus pilonidalis klinisch zal opgebouwd zijn uit 1ste polikliniekbezoek, verpleegdagen, de operatie, laboratorium, kweek, wondverpleeg­ kundige, materiaal en herhaalbezoeken. Wondverpleegkundigen kunnen de opbouw van een DBC beïnvloeden. Bijvoorbeeld door het bestaande aantal verpleegdagen en herhaalbezoeken te verminderen door het organiseren van goede thuiszorg. Hierdoor is ook minder materiaal nodig. Dat is het voordeel van de DBC's: men gaat kritisch naar het gehele behandeltraject kijken.

Een DBC is opgebouwd uit directe kosten, zoals diagnostiek, behandeling en verzorging, en indirecte kosten, zoals van de gebouwen, kapitaalslasten, schoonmaak, het restaurant en het management. De indirecte kosten maken ongeveer 60 procent uit van de totale kosten. DBC's bevatten wel een oneerlijk aspect. In elk ziekenhuis is ongeveer hetzelfde aantal mammacareverpleegkun­ digen nodig. Maar in het ene ziekenhuis gelden de kosten van dat aantal verpleegkun­ digen voor 300 patiënten, terwijl dit in het andere ziekenhuis geldt voor 600 patiënten. Willen ziekenhuizen nog kosteneffectiever werken, dan moeten zij stoppen met het denken in groepjes. Wondverpleegkundigen doen voor 80 procent hetzelfde als mammacare­ of oncologieverpleegkundigen: mensen begeleiden en het organiseren van de ketenzorg. Meer samenwerking tussen gespecialiseerde verpleegkundigen kan kostenbesparingen opleveren.

MOKUM-trial
De MOKUM­trial (Modern Of Klassiek, het Ultieme Materiaal) heeft veel losgemaakt. De onderzoekers concludeerden dat de nieuwe generatie verbandmiddelen om
wonden te bedekken qua wondgenezing niet beter zijn dan het oude verbandgaas. Maar qua kosteneffectiviteit gaat deze conclusie niet op. De voordelen van het nieuwe verband zijn: minder verbandwisselingen, minder afhankelijkheid van de patiënt, meer comfort, minder pijn en een snellere wondgenezing bij chronische wonden omdat je minder manipuleert. Bovendien blijkt uit Duits onderzoek uit 2007 van Schmitz et al. dat ltiever worden gedacht. Bijvoorbeeld rond zilververbanden en vacuümtherapie. Zilververbanden worden te pas en te onpas toegepast. Dat is alleen al niet verstandig vanwege de opkomende resistentie bij zilver. Zilververbanden pas je alleen toe bij infecties. Het verband zorgt voor een snelle afname van de geur en de wondvochtproductie. Ook de dure vacuümtherapie wordt niet altijd terecht toegepast. Er zijn zorgverleners die vacuüm­ therapie toepassen voor een snelle wond­ sluiting. Maar uit onderzoek is nooit gebleken dat een wond sneller sluit bij vacuümtherapie. Deze therapie moet alleen worden toegepast om een wond te reinigen en opgranuleren.

Ambulante zorg
Ziekenhuiszorg is heel duur; er bestaan weinig DBC's onder de 1000 euro. Vele malen goedkoper is de thuiszorg, waar hulpmiddelen ook gericht worden ingezet. Thuiszorg heeft bovendien een positief effect op de patiënt, die liever thuis verblijft dan in het ziekenhuis, en op de wachtlijsten. Bij een structuur voor kosteneffectief werken in de regio, zet je de cliënt centraal. Een patiënt thuis behandelen kan het beste vanuit een Expertisecentrum wondzorg, die steeds meer verschijnen. Goed opgeleide wondverpleegkundigen kunnen vanuit het expertisecentrum optreden als coördinator van de ketenzorg en als expert. Zij werken samen met de industrie en kunnen de verpleegkundigen of de verzorgenden in de thuiszorg leren de wondzorg goed uit te voeren. Zo'n instructieteam draagt dan de verantwoordelijkheid voor een goede wondzorg in de regio.

Beroepsgroep
Decubitus­ en wondconsulenten moeten gaan samenwerken met de industrie en de wetenschap en de overheid. Sinds de oprichting van de Decubitus en Wondconsulenten is er wat dat betreft al heel veel gebeurd. De beroepsver­eniging is erkend, er is een eigen opleiding en een kwaliteitsregister. Alle wondverpleegkun­digen die bij de beroepsgroep aangesloten zijn moeten iedere drie jaar 240 punten behalen, door symposia, presentaties geven, etc. Bij de beroepsgroep kunnen ze hiervoor accreditaties aanvragen. Het WCS Kenniscentrum, dat volgend jaar 15 jaar bestaat, krijgt een nieuwe website en de Visitatiecommissie Decubitus, die al diverse ziekenhuizen heeft bezocht, wordt als zeer goed ervaren. Ook is een Werkgroep Verpleegkundig Onderzoek opgericht, waarin wetenschappers samen met leden van de beroepsgroep onder meer werken aan een eenduidige registratie van onderzoeksdata. Met brancheorganisatie Nefemed is er een toenemende samenwerking, bijvoorbeeld bij een symposium over ulcus cruris. Bovendien is de beroepsgroep erkend door CVZ, die de beroepsgroep vaak raadpleegt, bijvoorbeeld over vacuümtherapie, door de Inspectie, die veel contact zoekt in verband met onder meer de prestatie­indicatoren en prevalentie­ onderzoek, en door VWS, die ook de beroepsgroep raadpleegt voor advies over prestatie­indicatoren.


Voeg toe aan favorieten




Recensies (0)

Wees de eerste om een recensie te geven


Gerelateerde items

Verschenen! Superzorg Masterclass 13