|
Functies en anatomie van de huid door dr. van der Heijden De huid is niet het grootste maar wel het zwaarste orgaan van het menselijk lichaam. Het is een misvatting om te stellen dat de huid het grootste oppervlak beslaat, het oppervlak van de darmen is namelijk groter. De huid biedt bescherming tegen mechanische invloeden, water en bacteriën. Via de huid wordt de lichaamstemperatuur geregeld en vindt uitscheiding van zouten plaats. De huid is een sensorisch orgaan en heeft een seksuele signaalfunctie. Verder vindt via de huid de synthese van vitamine D plaats met behulp van zonlicht.
Anatomie van de huid De huid van het menselijk lichaam is opgebouwd uit twee lagen: de dermis en de epidermis. De epidermis vormt de buitenste laag van de huid en is op haar beurt weer opgebouwd uit vier lagen: het stratum basale; het stratum spinosum; het stratum granulosum en het stratum corneum. Het stratum basale grenst aan de dermis. Vanuit deze laag wordt de huid continue vernieuwd. Daarom wordt het stratum basale ook wel de 'kiemlaag' genoemd. In de epidermis zijn verschillende celtypes te onderscheiden: de keratinocyten, de melanocyten, de cellen van Langerhans en de Merkel-cellen. Keratinocyten ontstaan in de kiemlaag waar zij zich voortdurend delen. Deze cellen verplaatsen zich van de kiemlaag naar de buitenste laag van de huid om daar af te sterven. Dit mechanisme van geprogrammeerde celdood heet apoptose. Een opeenstapeling van dode keratinocyten vormt het stratum corneum, de buitenste laag van de huid. Dit proces neemt ongeveer 3 tot 5 dagen in beslag en herhaalt zich voortdurend. Melanocyten zijn cellen die de kiemlaag tegen de schadelijke invloeden van UVstraling (zoals dat voorkomt in zonlicht) beschermen. Deze cellen bevatten melanosomen die door klontering als het ware een ‘helmpje’ vormen om de kiemcellen te beschermen. Melanocyten produceren melanine, het pigment dat onder invloed van zonlicht zorgt voor de ‘gebruinde’ huid. De productie van melanine wordt gestimuleerd door zonlicht, maar verloopt langzaam. Hierdoor bestaat het risico op zonverbranding. Ieder mens heeft dezelfde hoeveelheid melanocyten. Bij negroďde mensen zijn deze cellen echter sneller actief en bevatten zij meer pigment. Bij langdurige blootstelling aan de zon gaan melanocyten kapot waardoor de kiemlaag haar bescherming kwijt raakt. Dit kan leiden tot DNA-schade in de kiemcellen en een verhoogd risico op huidkanker. De cellen van Langerhans spelen een rol bij het afweersysteem en bij allergische reacties. Zij bevinden zich slechts tijdelijk in de epidermis. Daar vangen zij informatie op over antigenen en brengen deze informatie naar de lymfeklieren. Merkel-cellen vervullen een rol bij de tastzin en bevinden zich in de basale laag. De aanhechting tussen epidermis en dermis vertoont een papillaire structuur. Het geeft een vergroot aanhechtingsoppervlak en biedt een stevige verbinding. De aanhechting wordt nog eens extra verstevigd door zogenaamde ‘wortelvoetjes’ (hemidesmosomen). De dermis kan grofweg opgedeeld worden in twee lagen: het stratum papillare en het stratum reticulare.De eerste laag is zeer celrijk en de tweede laag bestaat uit dikke bundels stevige en flexibele vezels. In het stratum papillare bevinden zich de uitlopers van een fijnmazig netwerk aan bloedvaatjes die 'subpapillaire lussen' worden genoemd. In deze lussen bevinden zich de arterioveneuze anastomosen. Dit zijn kleine verbindingen tussen de arteriële en veneuze bloedsomloop die door samentrekking de bloedtoevoer naar de huid kunnen reguleren. Zij spelen verder een rol bij de regulatie van de lichaamstemperatuur.
Wond en wondgenezing Bij een verwonding van de huid of het onderliggend weefsel worden cellen beschadigd en ontstaat een bloeding. Door de celbeschadiging worden verschillende processen gestimuleerd waarmee het lichaam de schade zo klein mogelijk probeert te houden. De trombocyten of bloedplaatjes vormen een stevige fibrineprop waarmee de bloeding wordt gestelpt. Bacteriën die in de wond terecht zijn gekomen worden in eerste instantie opgeruimd door neutrofiele granulocyten, waarna macrofagen het restant opruimen. Macrofagen scheiden een groeifactor af, waardoor de groei van granulatieweefsel wordt gestimuleerd door angiogenese. De wond groeit vervolgens dicht met achterlating van littekenweefsel. Op dat moment is de wond 'genezen'.
Voeg toe aan favorieten
|